Voorrangsborden vertellen wie op of bij een kruispunt voorrang heeft, wie voorrang moet verlenen en wanneer een voorrangsweg eindigt. In Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) vormen B1 tot en met B7 samen hoofdstuk B: Voorrang. De serie bevat verschillende vormen en kleuren. Die uiterlijke kenmerken helpen bij snel herkennen, maar vorm en kleur zijn niet op zichzelf juridisch beslissend. Lees altijd het concrete bord, een eventueel onderbord, wegmarkering en de verkeerssituatie samen.
Welke borden horen bij hoofdstuk B?
B1 duidt een voorrangsweg aan en B2 het einde daarvan. B3 kondigt een voorrangskruispunt aan. B4 en B5 tonen een voorrangskruispunt met respectievelijk een zijweg links of rechts. B6 draagt de opdracht om voorrang te verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. B7 gaat verder: stop en verleen vervolgens voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. De officiële omschrijvingen staan in Bijlage 1 van het RVV 1990. Op de detailpagina’s over bord B6 en bord B7 lees je hoe je die twee opdrachten uit elkaar houdt.
De bekende gele ruit van B1 en de omgekeerde driehoek van B6 vallen op. B7 heeft de herkenbare achthoekige vorm. Die herkenning is nuttig wanneer een bord deels van opzij zichtbaar is, maar een theorieantwoord mag niet alleen op een silhouet rusten. Beschadiging, begroeiing, een tijdelijk bord of een onderbord kan extra informatie geven. Kijk bovendien naar verkeerslichten en aanwijzingen van bevoegde personen: die kunnen bepalen wat je op dat moment moet doen.
Voorrangsweg is niet hetzelfde als overal voorrang
Op een voorrangsweg hebben bestuurders op die weg bij kruispunten in beginsel voorrang op bestuurders uit zijwegen. Dat betekent niet dat je zonder controle kunt doorrijden. Artikel 19 van het RVV 1990 verlangt dat een bestuurder binnen de overzienbare en vrije afstand kan stoppen. Afslaan, een zebrapad, verkeerslichten, een tram of een bijzondere manoeuvre kunnen daarnaast eigen regels meebrengen. “Ik rijd op een voorrangsweg” is dus nooit een vrijbrief om andere weggebruikers te verrassen.
B2 beëindigt de status van voorrangsweg. Na dat bord beoordeel je het volgende kruispunt opnieuw. Zoek naar nieuwe borden, haaientanden, verkeerslichten en de inrichting van de aansluiting. Neem niet aan dat verkeer van rechts meteen de doorslag geeft voordat je hebt vastgesteld dat het werkelijk om een gelijkwaardig kruispunt gaat.
B6 en B7 leer je als opdracht
Bij B6 is de kern “voorrang verlenen”. Volledig stoppen is alleen nodig wanneer dat nodig is om bestuurders op de kruisende weg ongehinderd door te laten of om voldoende zicht te krijgen. Bij B7 is stoppen wél onderdeel van de officiële bordbetekenis. Na het stoppen blijft de tweede opdracht gelden: voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Wie alleen naar links en rechts kijkt maar de stopopdracht overslaat, voert B7 dus niet correct uit.
Haaientanden kunnen een voorrangssituatie op het wegdek verduidelijken. Artikel 80 bepaalt dat bestuurders voor wie de haaientanden gelden voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Haaientanden zijn geen zelfstandig stopgebod. Combineer de markering daarom met het bord en let op voor welke rijstrook of route de tekens zijn aangebracht.
Zo leer je de groep zonder losse plaatjes te stampen
Leer eerst de functieparen: B1 en B2 horen bij begin en einde van een voorrangsweg; B3, B4 en B5 kondigen de positie van een voorrangskruispunt aan; B6 en B7 geven een concrete opdracht bij de kruisende weg. Oefen daarna met situaties. Benoem hardop welke weg de kruisende weg is, welke bestuurders daar rijden en of jij moet stoppen of alleen zo nodig wachten. Voeg pas daarna details over vorm en kleur toe als herkenningssteun.
Vergelijk ook bewust verwante borden. Zet B6 en B7 naast elkaar en formuleer het verschil in één zin. Vergelijk B1 met B3: het ene duidt een voorrangsweg aan, het andere een voorrangskruispunt. Kijk vervolgens op het overzicht van alle verkeersborden hoe hoofdstuk B tussen de andere series staat. Test je herkenning daarna via verkeersborden oefenen, zodat je niet alleen de code maar ook de toepassing onthoudt.
Veelgemaakte fouten
- Alleen naar de vorm kijken en een onderbord of tijdelijk teken missen.
- Denken dat B6 altijd volledig stoppen betekent.
- Bij B7 wel stoppen, maar daarna verkeer op de kruisende weg hinderen.
- Aannemen dat een voorrangsweg alle andere verkeersregels opzijzet.
- Na B2 niet opnieuw beoordelen hoe het volgende kruispunt is geregeld.
Veelgestelde vragen
Hebben alle voorrangsborden dezelfde vorm?
Nee. De B-serie gebruikt meerdere vormen. Herkenning helpt, maar de officiële betekenis van het concrete bord en de hele situatie bepalen de regel.
Gelden B6 en B7 ook voor een fietser op de kruisende weg?
Een fietser is een bestuurder. Als de fietser op de kruisende weg rijdt, valt die dus onder de opdracht om aan bestuurders op die weg voorrang te verlenen.
Waar oefen ik de verschillen?
Gebruik eerst het bordenoverzicht, lees de detailpagina’s van B6 en B7 en maak daarna contextvragen bij verkeersborden oefenen.
Theorieproef.nl is onafhankelijk van het CBR. Controleer bij twijfel de actuele wettekst en de tekens ter plaatse.